agiteren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
agiteren agiteerde geagiteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

agiteren [4]

  1. inergatief (politiek) ~voor onrust stoken
    • Er wordt in oostelijk Oekraïne geagiteerd voor afscheiding en aansluiting bij Rusland.
  2. overgankelijk (psychologie) in een staat van zenuwachtige opwinding brengen
    • Die gedachte agiteerde hem.
  3. strijden tegen; verzetten tegen
    Ook zal je onderbewustzijn jou op een gegeven moment andere benamingen voor ‘ongevallen’ influisteren. Hiertegen zul je in eerste instantie hevig agiteren.[5]
Opmerkingen
  1. Strict overdrachtelijke constructies zijn zeldzaam. Vaker wordt gekozen voor een constructie met het vorltooid deelwoord en raken
    • Hij raakte doordoor bijzonder geagiteerd.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen