alf - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord alf alven
verkleinwoord alfjealfken alfjesalfkens

Zelfstandig naamwoord

de alf m [3] [4]

  1. elf; een mythologisch wezen dat meestal over bovennatuurlijke krachten beschikt
  2. (overdrachtelijk) zot, dwaas
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Anagrammen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. alf op website: Etymologiebank.nl
  2. alf op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

Fries

Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

alf

  1. elf; 11, het getal tussen tien en twaalf
Schrijfwijzen
Verwante begrippen

Middelnederlands

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

alf m

  1. elf, alf, een boze geest, die de mensen zoekt te bedriegen
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Verwijzingen

Oudsaksisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

alf m

  1. elf

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

alf

  1. genitief meervoud van alfa

Wymysoojs

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Hoofdtelwoord

alf

  1. elf; 11, het getal tussen tien en twaalf
Schrijfwijzen
Afgeleide begrippen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

alf g

  1. elf
Anagrammen