alledaags - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- al·le·daags
Woordherkomst en -opbouw
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | alledaags | alledaagser | alledaagst |
| verbogen | alledaagse | alledaagsere | alledaagste |
| partitief | alledaags | alledaagsers | - |
Bijvoeglijk naamwoord
alledaags
- gewoon, normaal, niet bijzonder
- De beroemde artiest bleef een alledaags meisje dat normaal bleef doen zonder sterallures en dat wat eigenlijk ook heel bijzonder.
▸ Het was te ver verwijderd van de alledaagse werkelijkheid en de realiteit van menselijke emoties, behoeftes en imperfecties.[1]
▸ Uit elk rimpeltje op haar alledaagse gelaat sprak opeens medelijden.[2]
- De beroemde artiest bleef een alledaags meisje dat normaal bleef doen zonder sterallures en dat wat eigenlijk ook heel bijzonder.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
alledaags
- partitief van de stellende trap van alledaags
- Dat is iets alledaags...
Gangbaarheid
- Het woord alledaags staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "alledaags" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |