aria - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord aria aria's
verkleinwoord ariaatje ariaatjes

Zelfstandig naamwoord

de aria v / m

  1. (muziek) een solo voor een zanger of zangeres binnen een opera
    • Zij zong een prachtige aria.
    • Je stem. Je stem is niet wat ik van de week hoorde. Het was prachtig. Je zong die aria.' Ik probeerde het thema te neuriën. [3]
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "aria" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. aria op website: Etymologiebank.nl

  3. Sandes, David
    De wondermethode 2006 ISBN 9044509543 pagina 87
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
aria arie

Zelfstandig naamwoord

aria v

  1. lucht
  2. atmosfeer
  3. wind

Pools

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

aria v

  1. lucht

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
aria arias

Zelfstandig naamwoord

aria v

  1. (muziek) aria