aseksueel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen aseksueel aseksueler aseksueelst
verbogen aseksuele aseksuelere aseksueelste
partitief aseksueels aseksuelers -

Bijvoeglijk naamwoord

aseksueel

  1. (medisch) zonder seksuele organen, geslachtloos
    • Het dier werd aseksueel geboren.
  2. (seksualiteit) geen belangstelling voor seks hebbend

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "aseksueel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. aseksueel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be