baanvak - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baanvak baanvakken
verkleinwoord baanvakje baanvakjes

Zelfstandig naamwoord

het baanvak o

  1. (spoorwegen) een stuk spoor tussen twee punten, traject
    • Dit baanvak is gesloten voor reparatiewerkzaamheden.
Hyponiemen
Vertalingen

1. een stuk spoor tussen twee punten

Duits: Bahnstrecke (de) v Engels: section (en)

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be