baby - WikiWoordenboek (original) (raw)
Een baby [1]
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ba·by
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘zuigeling’ voor het eerst aangetroffen in 1875 [1]
- Ontleend aan het Engelse baby.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | baby | baby's |
| verkleinwoord | baby'tje | baby'tjes |
Zelfstandig naamwoord
de baby m
- een mens in de allereerste fase van zijn/haar leven na de geboorte, meestal tijdens het eerste levensjaar
- Een kind jonger dan één jaar noemen we een baby.
▸ Hij keek naar een jonge vrouw met een baby op schoot.[2]
▸ De olieverfschilderijen hebben titels als: Stilleven van gifzwammen, De vrolijke chimaera en Mama's duivelskinafie (een afbeelding van een huilende baby wiens rood aangelopen gezicht een angstaanjagende gelijkenis vertoont met een demonisch wezen).[3]
- Een kind jonger dan één jaar noemen we een baby.
- een klein voorwerp, klein zoals een baby in relatie toe een volwassene, baby-
- De satelliet had een babyfoto gemaakt van het heelal.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. een mens in de allereerste fase van zijn/haar leven
Gangbaarheid
- Het woord baby staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "baby" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ "baby" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑
Safae el Khannoussi
“Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim
, ISBN 9789493339125 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Engels
| Naar frequentie | 883 |
|---|
Uitspraak
Woordafbreking
- ba·by
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| baby | babies |
Zelfstandig naamwoord
baby
- baby, zuigeling
- een klein voorwerp, klein zoals een baby in relatie toe een volwassene
- (troetelnaam), (informeel) lieverd, schat, schatje
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- [2]: baby carrots
Frans
Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
- (verkorting) van babyfoot
Zelfstandig naamwoord
baby m
- (spreektaal), (voetbal) tafelvoetbal
«On se fait un baby?»
Gaan we tafelvoetballen? [1]