baden - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
baden baadde gebaad
zwak -d volledig

Werkwoord

baden [2]

  1. inergatief een bad nemen
    • Hij baadt in de Dode Zee ter behandeling van zijn huidaandoening.
      Ik hoopte stiekem een beer te kunnen zien baden in de rivier, maar was ook wel tevreden met alle herten, eekhoorns, marmotten, vogels en de Amerikaanse adelaar.[3]
  2. (figuurlijk) op een aangename manier omgeven zijn door iets
    • Zij baadden in weelde.
  3. overgankelijk in bad doen
    • Hij baadde de kinderen iedere avond voor het slapen gaan.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bidden

baden

  1. meervoud verleden tijd van bidden
    • Wij baden.
    • Jullie baden.
    • Zij baden.

Zelfstandig naamwoord

de baden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bad

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. baden op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Duits

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
infinitief verleden tijd voltooid deelwoord
baden badete (hat) gebadet
volledig

Werkwoord

baden

  1. onovergankelijk baden
  2. onovergankelijk zwemmen
  3. overgankelijk baden
  4. overgankelijk, (figuurlijk) mislukken
  5. overgankelijk, (figuurlijk) moeten betalen, verantwoorden
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

in het zweet baden

Zwemmen verboden!

naakt zwemmen

Uitdrukkingen en gezegden

(figuurlijk) schipbreuk lijden

Middelnederlands

Werkwoord

baden

  1. baden, wassen

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 24932

Zelfstandig naamwoord

baden

  1. nominatief bepaald onzijdig meervoud van bad