badge - WikiWoordenboek (original) (raw)
- badge
- ww [4]: bad·ge (aanvoegende wijs)
- Van Engels badge. [1] In de betekenis van ‘insigne, speldje’ voor het eerst aangetroffen in 1958. [2]
de badge m
- teken dat als kenmerk op de kleding kan worden bevestigd
- (militair) embleem dat verwijst naar een onderdeel van de krijgsmacht of krijgsverrichtingen
- op te spelden plaatje met tekst of afbeelding, vaak bedoeld om een opvatting of lidmaatschap van een groep zichtbaar te maken
- op de kleding te dragen naamkaartje op een bijeenkomst, soms ook gebruikt als bewijs van toegang, vergelijk [2.2]
- teken dat men bij zich draagt als bewijst van een bepaalde status
- herkenningsteken dat aantoont dat men politiefunctionaris is
▸ Een plastic badge, een speciale sleutel of wat dan ook.[3]
- toegangspasje, soms ook bedoeld om zichtbaar te dragen, vergelijk [1.3]
badge
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badgen
- gebiedende wijs van badgen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van badgen
- aanvoegende wijs van badgen
| 95 % |
van de Nederlanders; |
| 97 % |
van de Vlamingen.[4] |
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
badge
- badge, insigne
badge
- overgankelijk voorzien van een onderscheiding, kenteken e.d.