bal - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bal ballen
verkleinwoord balletje balletjes

Een bal [1] om mee te spelen

Een bal [4] als lichaamsdeel

Zelfstandig naamwoord

[A] de bal m

  1. (sport) object in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer [1] dat gebruikt wordt bij balspelen
    • De bal werd door de spits keihard in de kruising geschoten.
  2. (meer in het algemeen) bolvormig voorwerp
    • Ik eet een bal gehakt.
      De outfit komt 'met alle toeters en bellen', inclusief de aanpassingen die Whitney zelf heeft gedaan. In het grijze pak dat de zangeres onder de outfit droeg, zitten zelfs nog wat gaten die er tijdens de opnames zijn ingekomen. Ook missen er daardoor wat chromen balletjes die aan het pak zaten.[5]
  3. (scheldwoord) jong persoon, veelal van het mannelijk geslacht, vaak van rijke afkomst en met een herkenbaar accent, die zich uit de hoogte gedraagt
    • De bal kwam op me af om een praatje te maken, maar ik ging snel naar mijn vriendin in het toilet.
  4. (anatomie) teelbal
    • Henk ging naar de dokter omdat hij last had van jeuk aan zijn ballen.
  5. (informeel) geen ~ helemaal niets
    • Hij begreep geen bal van wiskunde.
  6. (informeel) geen ~ aan helemaal niet leuk
    • Ik verveel me dood op het feest, ik vind er geen bal aan.
  7. (informeel) geen ~ aan heel gemakkelijk
    • Wiskunde moeilijk? Ik vind er geen bal aan.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

[1] object in de vorm van een bol en meestal gemaakt van leer [1] dat gebruikt wordt bij balspelen

Het opgeven

Elkaar helpen zodat beide partijen er voordeel uit halen

Snel en kordaat handelen

Uitdrukking die het verschil benadrukt tussen het bij verschil van mening enerzijds opvoeren van inhoudelijke argumenten en anderzijds de oppponent persoonlijk verdacht maken

Verwante begrippen
Vertalingen

1. een object in de vorm van een bol dat gebruikt wordt bij balspelen

1. bal als dansfeest

enkelvoud meervoud
naamwoord bal bals
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

[B] het bal o

  1. een danspartij
    • Het bal werd geopend door het bruidspaar.
  2. (figuurlijk) veel onnodig gedoe
    • Het is toch elke keer weer bal.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
ballen

bal

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ballen
    • Ik bal.
  2. gebiedende wijs van ballen
    • Bal!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van ballen
    • Bal je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. bal op website: Etymologiebank.nl
  2. 1 2 3 "bal" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. bal op website: Etymologiebank.nl
  4. bal op website: Etymologiebank.nl
  5. Bronlink Weblink bron “Filmoutfit Whitney Houston uit The Bodyguard onder de hamer” (20-08-2018), Tubantia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Achterhoeks

Zelfstandig naamwoord

bal

  1. (sport) bal; een object in de vorm van een bol dat gebruikt wordt bij balspelen

Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
bal le bal bals les bals

Zelfstandig naamwoord

bal m

  1. bal, dansfeest

Hoogsilezisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bal

  1. bal; een danspartij

Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bal m

  1. (Hooglimburgs) bal
Verbuiging
enkelvoud meervoud
geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind geheel gemuteerd verkleind gemuteerd verkleind
nominatief bal pal belke pelke bel pel belkes pelkes
genitief bals pals belkes pelkes bel pel belkes pelkes
locatief balles palles balleske palleske ballese pallese balleskes palleskes
datief balle palle belke pelke bel pel belkes pelkes
accusatief bal pal belke pelke bel pel belkes pelkes

Middelnederlands

Zelfstandig naamwoord

bal m

  1. bal, bol

Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

bal

  1. (sport) bal; een object in de vorm van een bol dat gebruikt wordt bij balspelen
Schrijfwijzen

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Werkwoord

bal

  1. informeel tweede persoon enkelvoud gebiedende wijs van het imperfectieve werkwoord balit

Turks

Woordafbreking
enkelvoud meervoud
nominatief bal ballar
genitief balın balların
datief bala ballara
accusatief balı balları
locatief balda ballarda
ablatief baldan ballardan

Zelfstandig naamwoord

bal

  1. (voeding) honing