bankbiljet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Een bankbiljet van 500 euro.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bankbiljet bankbiljetten
verkleinwoord bankbiljetje bankbiljetjes

Zelfstandig naamwoord

het bankbiljet o

  1. (financieel) een betaalmiddel uitgegeven door een (centrale) bank van papier of kunststof dat is bedrukt met een tekst waaruit een tegenwaarde blijkt
    • U kunt bij ons geen bankbiljetten van €500,- inwisselen.
      'Slaoui trok een bankbiljet uit zijn zak en vertrok'. De visser vroeg of hij misschien ook een sigaret voor hem had. Slaoui tastte in zijn broekzak maar die was leeg. Hij zei dat hij er geen meer had en de visser bedankte hem zonder zijn teleurstelling te verbergen.[1]
Verwante begrippen
Vertalingen

1. een betaalmiddel van papier

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


  1. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be