baseren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
baseren baseerde gebaseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

baseren

  1. overgankelijk ~ op: gronden, doen steunen
    • Hij baseerde die conclusie op misleidende gegevens.
      U kunt de tentoonstelling niet op een gerucht baseren.
      Iedereen zal me uitlachen.
      Ze lachen u niet uit. Mensen zijn dol op geruchten, meneer Scott.[2]
  2. wederkerend zich ~ op: steunen op, uitgaan van
    • Hij baseerde zich op een uitspraak van de raad uit 1923.
Vaste voorzetsels
Verwante begrippen
Vertalingen

Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. "baseren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jessie Burton (vert. Marja Borg)
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be