bediening - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·die·ning
Woordherkomst en -opbouw
- naamwoord van handeling van bedienen ww met het achtervoegsel -ing [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bediening | bedieningen |
| verkleinwoord | bedieninkje | bedieninkjes |
Zelfstandig naamwoord
de bediening v
- (horeca) groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
- Mijn zus werkt in de bediening bij een chic restaurant.
▸ ‘Bij toeval kregen we hier allebei een beter betaald baantje aangeboden. Zij in de bediening en ik in de animatie. ’[2]
- Mijn zus werkt in de bediening bij een chic restaurant.
- het bedienen van een apparaat
- ambt, post of kerkelijke functie
- het toedienen van de sacramenten der zieken, zalving
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
1. de groep van personen die eten en of drinken brengen in een horecagelegenheid
2. het bedienen van een apparaat
4. het toedienen van de sacramenten
Gangbaarheid
- Het woord bediening staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bediening" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.