begeven - WikiWoordenboek (original) (raw)

zich naar de bruiloft begeven [1]

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
begeven begaf begeven
klasse 5 volledig

Werkwoord

begeven

  1. wederkerend zich ~: ergens heen gaan vaak op een plechtige of feestelijke manier
    ” Als een opgewonden klas op schoolreisje begeven de deelnemers zich op een drafje naar hun wagens.[1]
    • Zij begaven zich naar de abdij van Westminster.
      Verder was het reglementair vastgelegd dat gasten zich na 23. 00 uur niet meer in het zwembad mochten begeven.[2]
  2. absoluut het ~: niet langer aan de druk weerstand kunnen bieden
    Het is daarbuiten één grote radioactieve soep en als hun hitteschilden het zouden begeven werden ze meegekookt, en dat weten ze.[3]
    • Een van de tentpalen begaf het en de tent stortte gedeeltelijk ineen.
  3. overgankelijk (verouderd) in de steek laten, verlaten
    • Maakt u zich geen zorgen, ik zal u niet begeven.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

begeven

  1. voltooid deelwoord van begeven

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen