beheersen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·heer·sen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| beheersen | beheerste | beheerst |
| zwak -t | volledig |
Werkwoord
beheersen
- overgankelijk meester zijn over, het gezag uitoefenen over
- Hij weet zijn gevoelens heel goed te beheersen.
▸ Eén ding dat mijn stadse leven had beheerst was ik al helemaal kwijt: mijn gevoel voor tijd.[1]
▸ De eindstrijd, de laatste stormloop. Hierin zou het lot van volkeren in een bikkelharde strijd worden beslist. Het ging erom wie de wereld zou beheersen.[2]
- Hij weet zijn gevoelens heel goed te beheersen.
- wederkerend de baas zijn over zichzelf; meester zijn over de eigen gevoelens of impulsen
▸ Ze wilde glimlachen om deze ontdekking, maar wist zichzelf te beheersen.[3] - overgankelijk volledig verstaan
- De student beheerst de leerstof.
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. meester zijn, het gezag uitoefenen
Gangbaarheid
- Het woord beheersen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beheersen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |