bejaarde - WikiWoordenboek (original) (raw)

vrouwelijke bejaarde

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

bejaarde

  1. verbogen vorm van de stellende trap van bejaard
    Een groep bejaarde toeristen in de lobby keek geschrokken op en ik gaf me gewonnen.[1]
    Om ons heen zaten bejaarde wandelaars met stokken, rugtassen en zuinige gezichten.[2]
enkelvoud meervoud
naamwoord bejaarde bejaarden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de bejaarde v / m

  1. iemand op hoge leeftijd (>65 jaar)
    • Hoeveel mag een bejaarde aan spaargeld hebben zonder een eigen bijdrage te betalen aan het verzorgingshuis?[3]
      Het enorme gewicht duwt me voorover en gebogen als een bejaarde beweeg ik me de trein uit en loop de trappen af naar de ondergrondse stationshal.[4]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. iemand op hoge leeftijd

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen


  1. Marion Pauw e.a.
    “4 wandelaars en een Siciliaan” (2022), The House of Books, ISBN 9789044363340

  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471
  3. spaarbaak.nl
  4. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be