bekken - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bek·ken
Woordherkomst en -opbouw
- Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘kom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
- In de betekenis van ‘slaginstrument’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1881 [1]
- Leenwoord uit het middeleeuws Latijn, in de betekenis van ‘ring van de heupbeenderen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1702 [1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bekken | bekkens |
| verkleinwoord | bekkentje | bekkentjes |
Zelfstandig naamwoord
het bekken o
- vrij ondiepe maar brede ronde schaal
- (anatomie) het gebeente tussen beide heupen
- Mensen hebben een nauw bekken en dat kan bij de geboorte van een kind een groot probleem zijn.
- (muziekinstrument) een slaginstrument bestaande uit een metalen schaalvormige voorwerp
- Bekkens worden los gebruikt maar ook per twee tegen elkaar geslagen.
- (geologie) (aardrijkskunde) glooiende laagte, bodeminzinking, stroomgebied
- [
](//nl.wiktionary.org/wiki/Bestand:Interieur,%5Fdoopvont%5Fvan%5Fbovenaf%5Fgezien%5F-%5FEmmen%5F-%5F20378774%5F-%5FRCE.jpg "[1] Een bekken of doopvont.")
[1] Een bekken of doopvont. - [
](//nl.wiktionary.org/wiki/Bestand:Skeletpelvis-pubis.jpg "[2] Het bekken van een mens.")
[2] Het bekken van een mens. - [
](//nl.wiktionary.org/wiki/Bestand:COLLECTIE%5FTROPENMUSEUM%5FBekken%5Fvan%5Fmessing%5FTMnr%5F344-64.jpg "[3] Een bekken is een slaginstrument.")
[3] Een bekken is een slaginstrument. - [
](//nl.wiktionary.org/wiki/Bestand:Kaart%5Fmet%5Fplateaus%5Fen%5Fdalen%5FZuid-Limburg%5F+%5FGeilenkirchener%5FLehmplatte.PNG "[4] Het bekken van Heerlen (bij de H).")
[4] Het bekken van Heerlen (bij de H).
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
- [2] bekkenblessure, bekkenbodem, bekkenbreuk, bekkenfractuur, bekkengordel, bekkeninstabiliteit, bekkenpijn
- [3] bekkenist, bekkenslag
Vertalingen
1. vrij ondiepe maar brede schaal
2. gebeente tussen beide heupen
3. (muziekinstrument) slaginstrument bestaande uit een metalen schaalvormige voorwerp
Zelfstandig naamwoord
de bekken mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord bek
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| bekken | bekte | gebekt |
| zwak -t | volledig |
Werkwoord
bekken
- op een enthousiaste manier zoenen
- Pieter stond in de hoek te bekken met die blondine.
- goed in de mond liggen
- Die titel bekt niet lekker en kan beter veranderd worden.
Hyponiemen
Gangbaarheid
- Het woord bekken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bekken" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- 1 2 3 "bekken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be