bekoorlijk - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bekoorlijk bekoorlijker bekoorlijkst
verbogen bekoorlijke bekoorlijkere bekoorlijkste
partitief bekoorlijks bekoorlijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

bekoorlijk

  1. aantrekkelijk, bekoring opwekkend
    • Zij was een bekoorlijke jonge vrouw.
Antoniemen
Vertalingen

1. aantrekkelijk, bekoring opwekkend

Duits: bezaubernd (de), charmant (de) Engels: enchanting (en), charming (en), lovely (en), pleasing (en) Oekraïens: чарівний (uk) Russisch: очаровательный (ru) Spaans: encantador (es)

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be