bekwaamheid - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bekwaamheid bekwaamheden
verkleinwoord (bekwaamheidje) (bekwaamheidjes)

Zelfstandig naamwoord

de bekwaamheid v

  1. competentie.
Vertalingen

1. competentie

Duits: Fähigkeit (de), Geschicklichkeit (de) Engels: competence (en) Spaans: capacidad (es) v

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be