beminnen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
1. Zij beminnen elkaar.
Uitspraak
Woordafbreking
- be·min·nen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| beminnen | beminde | bemind |
| zwak -d | volledig |
Werkwoord
beminnen
- overgankelijk amoureuze gevoelens koesteren voor
- "Ik bemin jou" is eigenlijk een nog romantischer "Ik hou van jou", vooral als het antwoord "Ik ook van jou" is.
▸ De artes amatoria, pseudo-wetenschappelijke verhandelingen over de kunst van het beminnen, bevatten gewoonlijk voorschriften of aanwijzingen voor de minnaar over de wijze van benaderen en omgaan met de beminde.[3]
- "Ik bemin jou" is eigenlijk een nog romantischer "Ik hou van jou", vooral als het antwoord "Ik ook van jou" is.
- overgankelijk (figuurlijk) grote waarde hechten aan
▸ Zij beminnen de deugd en ze houden de dichters in ere.[4] - overgankelijk (seksualiteit) (eufemisme) geslachtsgemeenschap hebben
▸ Je slaapkamer is bedoeld om in te slapen en om in te beminnen.[5]
Synoniemen
- [1], [2] houden van, liefhebben
- [3] seksen
Vertalingen
1. amoureuze gevoelens voor iemand koesteren
Gangbaarheid
- Het woord beminnen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "beminnen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[6] |