beminnen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

1. Zij beminnen elkaar.

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
beminnen beminde bemind
zwak -d volledig

Werkwoord

beminnen

  1. overgankelijk amoureuze gevoelens koesteren voor
    • "Ik bemin jou" is eigenlijk een nog romantischer "Ik hou van jou", vooral als het antwoord "Ik ook van jou" is.
      De artes amatoria, pseudo-wetenschappelijke verhandelingen over de kunst van het beminnen, bevatten gewoonlijk voorschriften of aanwijzingen voor de minnaar over de wijze van benaderen en omgaan met de beminde.[3]
  2. overgankelijk (figuurlijk) grote waarde hechten aan
    Zij beminnen de deugd en ze houden de dichters in ere.[4]
  3. overgankelijk (seksualiteit) (eufemisme) geslachtsgemeenschap hebben
    Je slaapkamer is bedoeld om in te slapen en om in te beminnen.[5]
Synoniemen
Vertalingen

1. amoureuze gevoelens voor iemand koesteren

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen