benauwen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
benauwen benauwde benauwd
zwak -d volledig

Werkwoord

benauwen

  1. overgankelijk zorgen bereiden
    • Hij werd benauwd door een schier onoverkomelijke schuldenlast.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: agitate (en), alarm (en) Spaans: perturbar (es), preocupar (es)

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be