benauwen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·nau·wen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| benauwen | benauwde | benauwd |
| zwak -d | volledig |
Werkwoord
benauwen
- overgankelijk zorgen bereiden
- Hij werd benauwd door een schier onoverkomelijke schuldenlast.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
| Engels: agitate (en), alarm (en) | Spaans: perturbar (es), preocupar (es) |
|---|
Gangbaarheid
- Het woord benauwen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "benauwen" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 90 % | van de Vlamingen.[1] |
Verwijzingen
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be