berm - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord berm bermen
verkleinwoord bermpje bermpjes

Zelfstandig naamwoord

de berm m

  1. de onverharde strook aan de kant van een weg of spoorweg
    • Na de slippartij kwam de vrachtauto in de berm terecht.
      Het was al donker toen ik een onverharde weg passeerde waar een aantal eenpersoonstenten in de berm stonden. Iedereen sliep al. Helaas paste mijn tent er niet meer bij en dus zocht ik in de bocht van de weg een vlak plekje op.[2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. de onverharde kant van een weg

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "berm" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be