bespringen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: bespringen (hulp, bestand)
- IPA: / bəˈsprɪŋə(n) / (3 lettergrepen)
Woordafbreking
- be·sprin·gen
Woordherkomst en -opbouw
- van Middelnederlands bespringen, op te vatten als afgeleid van springen ww met het voorvoegsel be- [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| bespringen | besprong | besprongen |
| klasse 3 | volledig |
Werkwoord
bespringen
- overgankelijk aanvallen door er op te springen
- De tijger bespringt onverhoeds zijn prooi
▸ De naakte bewoner schroomde echter niet om de inbreker te bespringen en deze vast te houden.[2]
- De tijger bespringt onverhoeds zijn prooi
- overgankelijk (seksualiteit) gretig benaderen voor seks
▸ Mannelijke bruinvissen bespringen soms vrouwtjes die boven water komen om adem te halen en proberen hun penis tijdens zo’n sprong onmiddellijk in de vagina te steken.[3]
Gangbaarheid
- Het woord bespringen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bespringen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |