betrappen - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·trap·pen
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘verrassen’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1]
- Afgeleid van het verouderde trap (val) met het voorvoegsel be-
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| betrappen | betrapte | betrapt |
| zwak -t | volledig |
Werkwoord
betrappen
- overgankelijk iemand ~: getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
- De dief werd door de politie op heterdaad betrapt.
- De man werd betrapt op het rijden door rood licht.
▸ Ook kwamen ze er langzamerhand achter dat de geuite beschuldigingen op een kern van waarheid berusten. ’Chantal betrapte zichzelf erop dat ze aan zijn lippen hing.[2]
- overgankelijk iemand ~: getuige worden van een feit dat verborgen had moeten blijven
▸ Haar schoonmoeder schuifelde nogal ongemakkelijk op haar stoel. Een uiting van onzekerheid waar ze normaal gesproken nooit op te betrappen viel.[2]
Vertalingen
1. getuige worden van het feit dat iemand iets (verbodens) doet
Gangbaarheid
- Het woord betrappen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "betrappen" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |