betreden - WikiWoordenboek (original) (raw)

verboden te betreden

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
betreden betrad betreden
klasse 5 volledig

Werkwoord

betreden

  1. overgankelijk zich ergens (met de voeten) op begeven
    • Hem werd gezegd dat hij de zolder in verband met instortingsgevaar maar beter niet kon betreden.
      Toen ze de oase verlieten en de onderste trede van de marmeren trap betraden die naar de loge van het hotel leidde, hoorden ze in de verte de bulderende stem van Joop.[1]
      ' Ook roepen we bij het betreden van een kleine ruimte: 'Godskeleruh, as ik hier een stijve krijg, mot 't raam open ' Maar de allerfijnste toevoeging aan ons familielingo was het woord 'lummelbout'.[2]
  2. de wereld betreden: geboren worden
    Er is me verteld dat ze een pijnlijke dood is gestorven toen mijn broertje deze wereld poogde te betreden, zonder daarin te slagen.[3]
Vertalingen

1. zich ergens (met de voeten) op begeven

Werkwoord

Woordherkomst en -opbouw

betreden

  1. voltooid deelwoord van betreden

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2

  2. Ronald Giphart e.a.
    “Een familie en een Griekse god” (2023), The House of Books, ISBN 9789044366471

  3. Danielle Teller (vert. Marja Borg)
    “Er was eens iets anders” (2018), Ambo/Anthos uitgevers op Wikipedia, ISBN 9789026346477
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be