beukennootje - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

2. beukenootjes

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord (beukennoot) (beukennoten)
verkleinwoord beukennootje beukennootjes

Zelfstandig naamwoord

het beukennootje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord beukennoot, (voeding) vrucht van de beuk, Fagus sylvatica op Wikispecies
Opmerkingen
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. beukennootje op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be