beweren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
beweren beweerde beweerd
zwak -d volledig

Werkwoord

beweren [3]

  1. overgankelijk iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is
    • Wil je dat nu echt beweren?
      Ik had met lopen een nieuw doel in mijn leven gevonden. De lange afzondering in de natuur vormde een mooie aanvulling op mijn drukke leven in Nederland en ik kwam vol energie thuis. Het ritme van het lopen met soms wel 70.000 stappen per dag vormde een innerlijke kadans, waarvan sommige wetenschappers beweren dat er op deze manier een inventieve samenwerking ontstaat tussen de twee helften van je brein.[4]
      Terwijl Jeroen onverstoorbaar doorronkte begreep ze wat haar zus met een omweg had beweerd.[5]
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. iets met stelligheid verklaren waarvan het voor anderen niet duidelijk is of het waar is

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "beweren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. beweren op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).

  4. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  5. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be