bierbuik - WikiWoordenboek (original) (raw)

Man met bierbuik

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bierbuik bierbuiken
verkleinwoord bierbuikje bierbuikjes

Zelfstandig naamwoord

de bierbuik m

  1. vette buik zoals die door uitbundig biergebruik kan ontstaan
    • De motorbende vertoonde veel tatouages, zwart leer en bierbuiken.
  2. (informeel) iemand met een bierbuik
    • Hee bierbuik, zit je in de kroeg?
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. bierbuik op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be