bladzijde - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

handgeschreven bladzijde uit kloosterkroniek

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bladzijde bladzijdenbladzijdes
verkleinwoord bladzijdetje bladzijdetjes

Zelfstandig naamwoord

de bladzijde v / m

  1. elk van de beide zijden van een blad papier in boek, krant of tijdschrift
    • Pas op de laatste bladzijde van de thriller was het duidelijk wie de moord had begaan.
    • „Fens zegt…”, las mijn vader, „dat Het wereldje van Beer Ligthart niet goed is.” Pijnlijk verrast keken we elkaar aan. Dat hadden wij alle drie een mooi boek gevonden. Waarom was het niet goed? Omdat, zo legde Fens uit, op bladzijde drie de onvergeeflijke zin stond: „Hij was blind. Dat moest hij nu onder ogen zien.”[3]
      Salma legt het schriftje op zijn schoot. Hij slaat het met tegenzin open op de eerste pagina, maar ze rukt het weer uit zijn handen, bladert verder totdat ze bij de juiste bladzijde is en geeft het terug.[4]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. elk van de beide zijden van een blad papier in boek, krant of tijdschrift

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "bladzijde" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. bladzijde op website: Etymologiebank.nl
  3. Nicolien Mizee NRC 28 juli 2015

  4. Safae el Khannoussi
    “Oroppa” (2024), Uitgeverij Pluim op Wikipedia, ISBN 9789493339125
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be