bloei - WikiWoordenboek (original) (raw)

Een magnolia in bloei.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
enkelvoud meervoud
naamwoord bloei -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de bloei m

  1. (plantkunde) toestand waarin een plant bloemen draagt
    • In augustus hebben de paardenbloemen een tweede bloei.
    • Nee, het pluis is afkomstig van populieren en komt pas vrij na de bloei van deze bomen.[1]
  2. (figuurlijk) toestand waarin iemand of iets op zijn best is, bloeitijd
    Q 0 Griekse literatuur van de Keizertijd Terwijl de Latijnse literatuur onder de Augustus en de latere keizers een bloei doormaakte, gebeurde in het Griekse literaire veld rond de geboorte van Christus ook van alles, dat zich overigens geografisch voor een groot deel buiten het oude Griekse taalgebied afspeelde, bijzonder vaak in Rome zelf, het centrum van de macht immers, of andere gehelleniseerde streken van het Romeinse Rijk, zoals het Midden-Oosten en Noord- Afrika.[2]
    In de negentiende eeuw dacht men op die nieuwe manier over het verleden en het historische proces, waarbij de groei en bloei van naties centraal kwam te staan.[3]
    • In de middeleeuwen kwam de stad tot bloei.
    • „Onder overheidsaandeelhoudersschap kan het bedrijf niet echt tot bloei komen.”[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

in de meest productieve levensfase

Haar bleke gezicht behoorde eerder toe aan een terminale patiënt dan aan een vrouw in de bloei van haar leven. [5]

Vertalingen

1. toestand waarin een plant bloemen draagt

2. toestand waarin iemand of iets op zijn best is

Werkwoord

vervoeging van
bloeien

bloei

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeien
    • Ik bloei.
  2. gebiedende wijs van bloeien
    • Bloei!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloeien
    • Bloei je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Sander Voormolen NRC 3 juni 2016

  2. Jacqueline Klooster
    “Klassieke literatuur” (2017), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789089649805

  3. Chiel van den Akker
    “Geschiedenis” (2019), Athenaeum - Polak & Van Gennep op Wikipedia, ISBN 9789025310578
  4. NRC 30 april 2016
  5. Suzanne Vermeer: All-inclusive 2008
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid deelwoord
bloei gebloei
volledig

Werkwoord

bloei

  1. bloeien
  2. bloeden