bloeitijd - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloeitijd bloeitijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de bloeitijd m

  1. de periode van het jaar dat er bloemen aan een plant bloeien
    • De bloeitijd van de heide is in juli en augustus.
  2. de hoogtij van iets
    • De bloeitijd van Nederland was in de 17de eeuw.

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be