bloot - WikiWoordenboek (original) (raw)

bloote aderen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bloot bloter blootst
verbogen blote blotere blootste
partitief bloots bloters -

Bijvoeglijk naamwoord

bloot

  1. (van het lichaam) zonder enige bedekking door kledij [3]
    • Ze bedekte haar blote armen toen ze het koud kreeg.
      Hij wapperde de dunne stof een paar maal op en neer zodat er wat lucht om zijn blote bast circuleerde.[4]
      Toen Arthur's ogen zich aan het duister hadden gewend zag hij op een armstoel een oude vrouw zitten; haar benen waren bloot en haar rokken tot boven de knieën opgestroopt.[5]
  2. (juridisch) waar geen handeling aan te pas komt
    • De tijd en de naburigheid zijn voorbeelden van blote rechtsfeiten.
  3. blote voeten: zonder kousen en schoenen, zeer eenvoudig
    • In China had men blote voeten dokters.

Bijwoord

bloot

  1. zonder bedekking
    Zijn vrouw glimlachte haar gebit bloot.[4]
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als werkwoord

Werkwoord

vervoeging van
bloten

bloot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van bloten
  2. gebiedende wijs van bloten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "bloot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. bloot op website: Etymologiebank.nl
  3. bloot op website: Etymologiebank.nl
  4. 1 2All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  5. De tranen der acacia's” op Wikipedia (1949), G.A. van Oorschot op Wikipedia, ISBN 9789028242364
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be