blootstellen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
blootstellen stelde bloot blootgesteld
zwak -d volledig

Werkwoord

blootstellen

  1. overgankelijk ~ aan in aanraking doen komen met een besmetting of straling
    • Hij besefte niet dat hij daarmee blootgesteld werd aan radioactive besmetting.
      De waarheid is echter dat u zich blootstelt aan een Russische roulette.[1]
  2. wederkerend zich ~ zichtbaar maken, kwetsbaar opstellen
    • In het huidige eredivisieseizoen werden ook bestuurders bedreigd. In Heerenveen legde voorzitter Anne Hettinga van het stichtingsbestuur direct zijn functie neer nadat zo’n vijftig man hem thuis in Sneek had opgezocht. „Ik wil mijn gezin en mezelf niet langer blootstellen aan de omstandigheden van de afgelopen 48 uur”, verklaarde Hettinga. Feyenoord-directeur Eric Gudde zei het niet voor niets: het gezin is de „achilleshiel” van de voetbalbestuurder.[2]
Vertalingen

1.in aanraking doen komen met

2. zich blootstellen (aan)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen