blunder - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blunder blunders
verkleinwoord blundertje blundertjes

Zelfstandig naamwoord

de blunder m

  1. een onverwacht domme, vaak erg publieke, daad die meestal iemands geloofwaardigheid aantast
    • Als hij nu maar niet een of andere blunder maakt!
Synoniemen
Vertalingen

1. een onverwacht domme, vaak erg publieke, daad die meestal iemands geloofwaardigheid aantast

Werkwoord

vervoeging van
blunderen

blunder

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blunderen
    • Ik blunder.
  2. gebiedende wijs van blunderen
    • Blunder!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blunderen
    • Blunder je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "blunder" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. blunder op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be