bok - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

[1] bokje

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bok bokken
verkleinwoord bokje bokjes

Zelfstandig naamwoord

de bok m

  1. (dierkunde) mannelijke geit
  2. toestel bij het turnen
  3. mennerszitplaats bij een rijtuig, plaats waar de machinist zit in een trein of tram
  4. platform waarop een dirigent voor het orkest staat
  5. zware hijskraan
  6. ondersteuning waarop zware toestellen kunnen geplaatst worden
  7. (spel) speelsteen bij het sjoelen die boven op een andere belandt of anderszins niet vlak op de ondergrond van de bak blijft liggen
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

grote leesplank, met klikbare woorden

Uitdrukkingen en gezegden

een stommiteit begaan, een flater slaan

ergens (te) snel op reageren

iemand die erg op seks belust is

Spreekwoorden

Mannen zijn op hogere leeftijd vaak nog altijd seksueel geïnteresseerd (m.n. in jonge vrouwen).

De goeden apart van de kwaden zetten of een scheiding maken tussen goede en slechte mensen ofwel: Een scheiding maken tussen mannen en vrouwen ofwel: Een scheiding maken tussen mensen die iets durven of kunnen ten opzichte van anderen.

oude mensen hebben vaak vaste gewoontes die maar moeilijk kunnen veranderen

een pak slaag (laten) krijgen

snel van onderwerp wisselen zonder rode draad

Vertalingen

1. platform waarop een dirigent voor het orkest staat

Tussenwerpsel

bok

  1. uitroep aan het eind van een zin als iemand met z'n mond vol tanden staat

Werkwoord

vervoeging van
bokken

bok

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bokken
    • Ik bok.
  2. gebiedende wijs van bokken
    • Bok!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bokken
    • Bok je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. bok op website: Etymologiebank.nl
  3. "bok" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. (dierkunde) bok; geitachtigen
  2. (evenhoevigen) antilope
  3. bok; een toestel bij het turnen
Synoniemen
  1. wildsbok

Nedersorbisch

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bok m

  1. kant, zijde
  2. pagina, bladzijde
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 1057
m/v[A] + [B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief bok m: bokenv: boka bøker bøkene
genitief boks m: bokensv: bokas bøkers bøkenes

Zelfstandig naamwoord

[A]: bok, m / v

  1. boek
    «Bibelen blir kalt bøkenes bok
    De Bijbel werd het boek van de boeken genoemd.
  2. boek (afgesloten deelgebied van een boek)
    «Det gamle testamente består av 39 bøker
    Het Oude Testament bestaat uit 39 boeken.
  3. boek voor inschrijvingen (notitieboek, dagboek)
  4. een boekachtig onderwerp (pocketboek)
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

een boek lezen, schrijven, kopen

Dit is onbekend / onbegrijpelijk voor mij.
Dat is abacadabra voor mij.

lezen als een open boek

Zelfstandig naamwoord

[B]: bok, v/m

  1. (plantkunde) Fagus sylvatica op Wikispecies, beuk
  2. een beuken voorwerp
Schrijfwijzen

Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[A] + [B] enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief bok boka bøker bøkene

Zelfstandig naamwoord

[A]: bok, v

  1. boek
  2. boek (afgesloten deelgebied van een boek)
  3. boek voor inschrijvingen (notitieboek, dagboek)
  4. een boekachtig onderwerp (pocketboek)
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

een boek lezen, schrijven, kopen

Dit is onbekend / onbegrijpelijk voor mij.
Dat is abacadabra voor mij.

bijbelbekend zijn

Zelfstandig naamwoord

bok, v

  1. (plantkunde) Fagus sylvatica op Wikispecies, beuk
  2. een beuken voorwerp
Schrijfwijzen

Slowaaks

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

bok m

  1. (anatomie) zij; een van beide kanten van een lichaam
  2. zijde, kant
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bok monbezield

  1. (anatomie) zij; een van beide kanten van een lichaam
    «Stál po boku prezidenta republiky.»
    Hij stond aan de zijde van de president van de republiek.
  2. zijde, kant
    «Auto se převrátilo na bok
    De auto is op zijn kant gerold.
  3. (bij rundvlees) vang, (bij varkensvlees) varkensbuik, buikvlees
    «Dnes podávali plněný vepřový bok a brambory.»
    Vandaag werd gevulde varkensbuik en aardappelen geserveerd.
  4. helling
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | bok | boky | | genitief | boku | boků | | datief | boku | bokům | | accusatief | bok | boky | | vocatief | boku | boky | | locatief | boku | bocích | | instrumentalis | bokem | boky |

Synoniemen
  1. strana v
  2. (bij varkensvlees) bůček monbezield
  3. úbočí o, stráň, svah monbezield
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties
Verwante begrippen
bočitý bočnice v bokem bokovka v boky levobok odbočit pobočka v pobočník m pravobok vbok vybočit zabočit

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. genitief meervoud van boka

Volapük

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. doos
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief bok boks
genitief boka bokas
datief boke bokes
accusatief boki bokis

Zweeds

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. boek
Verbuiging
boks enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief bok boken böcker böckerna
genitief boks bokens böckers böckernas

Zelfstandig naamwoord

bok

  1. (plantkunde) Fagus sylvatica op Wikispecies, beuk