boon - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Phaseolus vulgaris

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boon bonen
verkleinwoord boontje boontjes

Zelfstandig naamwoord

de boon v / m

  1. (voeding) zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten, waarvan men alleen de zaden ofwel de gehele vrucht eet
    (wikidata: boon op Wikidata)
  2. (bloemplanten) bepaald soort vlinderbloemige plant met rode, witte of paarse bloemen, Phaseolus vulgaris op Wikispecies, waaruit de eetbare peulvruchten groeien
  3. (bloemplanten) bepaald soort vlinderbloemige plant met witte bloemen, Vicia faba op Wikispecies, witte of paarse bloemen, waaruit de eetbare peulvruchten groeien
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

iemand die heel braaf is, of zich eerder uit schijnheiligheid zo voordoet

in de war zijn

zelfstandig zijn, voor jezelf kunnen zorgen

Spreekwoorden

een kogel

wanneer iemand echt honger heeft kan die dingen eten die die normaal niet lust

verward zijn

zonder winst of kost laten meedoen ofwel: meedoen maar door de andere deelnemers niet serieus worden genomen

Vertalingen

1. zaadje uit de peulvrucht van enige vlinderbloemige planten,...

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. boon op website: Etymologiebank.nl
  3. "boon" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord boon bone

Zelfstandig naamwoord

boon

  1. kleur

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
boon - -

Bijvoeglijk naamwoord

boon

  1. lustig, vriendelijk, vrolijk
  2. (verouderd) gunstig, voordelig
Synoniemen
Antoniemen
enkelvoud meervoud
boon boons

Zelfstandig naamwoord

boon

  1. attentie
  2. gave
  3. gunst
  4. kameraad
  5. zegen
  6. zegening
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

een intimus
een favoriete metgezel
een leuke pimpelaar

een pimpelaar

zich als zegen betonen

vloek en zegen

Yucateeks

Zelfstandig naamwoord

boon

  1. kleur