boren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Boren.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
boren boorde geboord
zwak -d volledig

Werkwoord

boren

  1. overgankelijk met een werktuig dat om zijn as draait een rond gat in iets maken
    • Hij boorde een gat in de muur om er een schilderijtje te kunnen ophangen.
    • Shell boort naar olie en gas.
      Normaal gesproken was dat geen enkel probleem geweest, ze gebruikten een eenvoudige en beproefde techniek met platen en bouten voor de samenvoeging. Maar met bevroren stammen ging het meteen mis als je de bouten erin probeerde te forceren, het was alsof je in glas boorde.[2]
  2. (figuurlijk) iets of iemand strak aankijken
    Haar blik boorde zich in de ogen van Jeroen.[3]
    Van het ene op het andere moment boorden de staalblauwe ogen van Steiner zich in Jeroens blik.[3]
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

1. met een werktuig dat om zijn as draait een gat in iets maken

Zelfstandig naamwoord

de boren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boor

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "boren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142
  3. 1 2All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be