borstel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord borstel borstels
verkleinwoord borsteltje borsteltjes

Zelfstandig naamwoord

de borstel m

  1. (gereedschap) een gebruiksvoorwerp bestaande uit een bundel of bundels haren of vezels die in een houder of aan een blad van hout of een andere stof zijn vastgehecht
    • Kun je me die borstel even aanreiken?
  2. (huishouden) grove kwast of op een bezem gelijkend gereedschap
  3. (België) verfkwast
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. schoonmaakgereedschap met bos haren

Werkwoord

vervoeging van
borstelen

borstel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borstelen
    • Ik borstel.
  2. gebiedende wijs van borstelen
    • Borstel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van borstelen
    • Borstel je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "borstel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. borstel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be