bot - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
1,2 enkelvoud meervoud
naamwoord bot botten
verkleinwoord botje botjes
3 enkelvoud meervoud
naamwoord bot bots
verkleinwoord - -
Woordherkomst en -opbouw
4 enkelvoud meervoud
naamwoord bot botten
verkleinwoord botje botjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de bot m

  1. (straalvinnigen) bepaald soort platvis, Platichthys flesus op Wikispecies
    Het familierecord in het schoonmaken en fileren van een bot of schol zodat hij klaar was voor de koekenpan was veertien seconden.[7]
    Het was ook niet zo makkelijk om botten in de baai te vangen als ik had gehoopt nu ik een harpoengeweer had. De botten waren zo in aantal teruggelopen dat ook hierop vissen onzeker werd als het ging om het bij elkaar krijgen van een maaltijd. Sandhamnsbot meunière was overigens populair in onze familie.[8]
  2. (beschrijvende plantkunde) bladknop
  3. o, (anatomie) been, knook, een onderdeel van het skelet
    Haar gemanicuurde nagels glinsterden vervaarlijk. Wiens huid ze hiermee tot aan het bot wilde openhalen, was Chantal inmiddels wel duidelijk.[9]
  4. (Vlaanderen en Limburg) laars.
  5. (verkorting), (afkorting), (informatica), (wikitaal) een computerprogramma dat bepaalde handelingen automatisch uitvoert op basis van bepaalde reacties van externe gebruikers of computers
    • Al deze bewerkingen zijn gedaan door een bot.
Synoniemen
Hyperoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Niet het antwoord krijgen waar men op had gehoopt; niet het gewenste resultaat bereiken, geen succes hebben[10]

  1. Het islamitische Haga Lyceum probeerde de publicatie van het uiterst kritische inspectierapport voor de zomer al te voorkomen, maar ook toen ving de school bot.[11]

Helemaal, volkomen

Tot op het bot beledigd zijn.

Hij was een merkwaardige mix, want met zijn aristocratische voorkomen leek hij verschrikkelijk beschaafd en tegelijk meedogenloos tot op het bot. [12]

Vertalingen

3. onderdeel van het skelet

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bot botter botst
verbogen botte bottere botste
partitief bots botters -

Bijvoeglijk naamwoord

[B] bot

  1. (gereedschap) niet scherp, stomp, wat snijdens scherp had moeten zijn
    • Een botte bijl.
    • Met een bot mes kun je geen mooie plakjes vlees afsnijden.
  2. (figuurlijk), (communicatie) onbeleefd en/of direct in de sociale interactie
    • Bot gedrag vertonen.
    • Veel mensen vinden Nederlanders bot.
  3. (figuurlijk) waar men niets aan kan doen
    • En dat levend begraven worden met nog een paar dagen te gaan voor het einde van de oorlog botte pech zou zijn. [13]
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
botten

bot

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van botten
  2. gebiedende wijs van botten

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[14]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. bot op website: Etymologiebank.nl
  2. 1 2 3 4 5 "bot" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. bot op website: Etymologiebank.nl
  4. bot op website: Etymologiebank.nl
  5. bot op website: Etymologiebank.nl

  6. Guus Kroonen
    “Etymological Dictionary of Proto-Germanic” (2013), Brill Publishers, Leiden - Boston, p. 86

  7. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Kop in het zand” (2015), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044628142

  8. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Echte Amerikaanse jeans” (2017), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044632767
  9. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  10. De betekenis van bot in deze uitdrukking is onzeker.
  11. Bronlink Weblink bron
    Tjerk Gaulthérie van Weezel en Rik Kuiper
    “Gerechtshof brandt vingers niet aan inspectierapport over Haga Lyceum” (24 december 2019), de Volkskrant

  12. Lemaitre, Pierre
    Tot ziens daarboven 2014 ISBN 9789401601931 pagina 12

  13. Lemaitre, Pierre
    "Tot ziens daarboven" 2014 ISBN 9789401601931 pagina 18
  14. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. (straalvinnigen) bot

Angelsaksisch

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

bōt v

  1. remedie

Catalaans

Zelfstandig naamwoord

bot m

  1. sprong
  2. stuit (stuitering)

Zelfstandig naamwoord

bot m

  1. boot

Zelfstandig naamwoord

bot m

  1. waterzak of wijnzak
  2. doedelzak
Uitdrukkingen en gezegden

pijpenstelen regenen

Duits

Uitspraak
Woordafbreking

Werkwoord

bot

  1. eerste persoon enkelvoud verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bieten
  2. derde persoon enkelvoud verleden tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van bieten
Gelijkklinkende woorden
Anagrammen

Fries

enkelvoud meervoud
naamwoord bot botten
verkleinwoord botsje / botke

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. (straalvinnigen) bot; een platvis
enkelvoud meervoud
naamwoord bot bots
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. (informatica) bot; een computerprogramma dat kleine taken herhaaldelijk uitvoert, autonoom of in opdracht van de operator

Indonesisch

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. (kleding) laars

Koerdisch

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. laars

Middelengels

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. boot
Schrijfwijzen
bat bate boet bote boot boote bootte boyt
Afgeleide begrippen

Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief bot bode
genitief boods, boets bode
datief bode boden
accusatief bot bode

Zelfstandig naamwoord

bot o

  1. bod
  2. bekendmaking, mededeling
  3. gebod, bevel
    • Men mach die bode Gods niet laten.
  4. dienst, in te enes bode ter beschikking van iemand
    • Dat altemael haer eyghen van gheworden ende stont tot haren bode. [1]
  5. (juridisch) dagvaarding, oproep
    • .. so sell dat bot staende bliven totter naesten rechtdage toe,
  6. een partij van een of ander spel
    «... ende niet meer dan te grote boods ende niet hogher.»
    ... en niet meer dan een bod van een groot (een munt) en niet hoger.

Verwijzingen

  1. Middelnederlandsch woordenboek van
    Eelco Verwijs, Jacob Verdam
    Deel 1, 1885 M. Nijhoff

Pools

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

bot m

  1. (informatica) bot; een computerprogramma dat kleine taken herhaaldelijk uitvoert, autonoom of in opdracht van de operator
  2. laars
Synoniemen
  1. botek

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

bot mbezield

  1. (spreektaal)(informatica) bot; een computerprogramma dat kleine taken herhaaldelijk uitvoert, autonoom of in opdracht van de operator
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief bot boti
genitief bota botů
datief korte vorm botu botům
lange vorm botovi
accusatief bota boty
vocatief bote boti
locatief korte vorm botu botech
lange vorm botovi
instrumentalis botem boty
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen

Meer informatie

Zelfstandig naamwoord

bot monbezield

  1. (dialect) schoen
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | bot | boty | | genitief | botu | botů | | datief | botu | botům | | accusatief | bot | boty | | vocatief | bote | boty | | locatief | botu | botech | | instrumentalis | botem | boty |

Synoniemen

Zelfstandig naamwoord

bot

  1. genitief meervoud van bota