bovenkast - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenkast bovenkasten
verkleinwoord bovenkastje bovenkastjes

Zelfstandig naamwoord

de bovenkast v / m

  1. hoog geplaatste kasten, kasten geplaatst bovenop andere kasten, kasten boven de aanrecht
    • Boven het aanrecht hebben we bovenkastjes waarin de kopjes en bekers staan.
    • Boven de koelkast hebben we nog een bovenkast waarin de snelkookpan staat.
  2. (typografie) (geschiedenis) De letterkast, die voor de zetter de hoofdletters bevatte (-> uppercase)
Verwante begrippen
Antoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be