briefje - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

het briefje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord brief
    Maar het valt haar op dat Thea opstaat en bijna ontploft van spanning bij het zien van het briefje in Cornelia's uitgestrekte hand.[1]
    Ze klemt Jacobs briefje in haar vuist, en de bakstenen van haar jeugd verbrokkelen weer tot stof.[1]
    Vreemd dat we nooit zien door wie al die dingen worden gebracht, vind je niet?' 'Het is maar een briefje,' zegt Thea.[1]
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. 1 2 3
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be