brij - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brij brijen
verkleinwoord brijtje brijtjes

Zelfstandig naamwoord

de brij m

  1. halfvloeibaar kooksel, pap
  2. modder
  3. onsamenhangende hoeveelheid zonder duidelijke betekenis zie bijv. cijferbrij, letterbrij, woordenbrij
    • Lang vertrouwde Facebook op algoritmes om orde aan te brengen in de brij van nieuws, sensatiezucht, haatzaaiers en beroepsbeledigers. Maar gebeurtenissen laten zich niet altijd vertalen in een wiskundige formule. Daarom huurt Facebook journalisten in die een lijstje met Trending News samenstellen.[2]
      Waarover ze het hadden of waarom ze lachten, bleven onderdelen van de filmische brij die aan haar voorbijtrok.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

de pijnlijke kern van iets niet bespreken

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
brijen

brij

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brijen
    • Ik brij.
  2. gebiedende wijs van brijen
    • Brij!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brijen
    • Brij je?

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

Bislama

Zelfstandig naamwoord

brij

  1. brug; een weg uit beton of steen over een andere weg.

Marshallees

Zelfstandig naamwoord

brij

  1. brug; een weg uit beton of steen over een andere weg.