brul - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord brul brullen
verkleinwoord brulletje brulletjes

Zelfstandig naamwoord

de brul m [2] [3] [4]

  1. door brullen voortgebracht geluid
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
brullen

brul

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brullen
    • Ik brul.
  2. gebiedende wijs van brullen
    • Brul!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van brullen
    • Brul je?

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. brul op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be