bruut - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bruut bruten
verkleinwoord bruutje bruutjes

Zelfstandig naamwoord

de bruut m

  1. (scheldwoord) iemand die nietsontziend en veelal gewelddadig optreedt
    • Die vent is een echte bruut.
Vertalingen

1. iemand die nietsontziend en veelal gewelddadig optreedt

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bruut bruter bruutst
verbogen brute brutere bruutste
partitief bruuts bruters -

Bijvoeglijk naamwoord

bruut

  1. nietsontziend en gewelddadig
    • Zelfs het bruutste optreden vermocht de opstand niet neer te slaan.
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "bruut" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. bruut op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be