buitmaken - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- buit·ma·ken
Woordherkomst en -opbouw
- samenstelling van buit en maken
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| buitmaken | maakte buit | buitgemaakt |
| zwak -t | volledig |
Werkwoord
buitmaken
- overgankelijk met geweld in beslag nemen
- De piraten hadden een Iraans schip buitgemaakt.
▸ De affaire lijkt over te waaien, totdat duidelijk wordt dat bij de kraak ook de namen en privéadressen van enkele topambtenaren werden buitgemaakt, die daarna onder medeverantwoordelijkheid van Duyvendak werden gepubliceerd in het Amsterdamse krakersblad Bluf!, vergezeld van de oproep om ‘hun rust te verstoren’.[1]
- De piraten hadden een Iraans schip buitgemaakt.
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Gangbaarheid
- Het woord buitmaken staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "buitmaken" herkend door:
| 98 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 94 % | van de Vlamingen.[2] |