centrum - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

[2] het centrum van Amsterdam

[3] gezondheidscentrum in voormalige kerk

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord centrum centracentrums
verkleinwoord centrumpje centrumpjes

Zelfstandig naamwoord

het centrum o

  1. middelpunt,in het midden gelegen
    • Utrecht ligt niet alleen maar in het centrum van de provincie maar ook in het centrum van Nederland.
  2. binnenstad
    Al ruim drie weken zitten de worstelaars dag en nacht in een tent in het centrum van de hoofdstad New Delhi. Onder hen zijn de olympische medaillewinnaars Vinesh Phogat, Bajrang Punia en Sakshi Malik. Ze hadden nu eigenlijk tussen trainingskampen en toernooien moeten reizen, maar kozen voor deze tent.[3]
    • Hij woont in het centrum van Almelo.
      De afslag Utrecht Centrum was over 500 meter een feit, meldden de witte letters op het blauwe bord.[4]
  3. plaats waar bepaalde activiteiten geconcentreerd zijn
    • De huisarts heeft zijn praktijk samen met de apotheek en de fysiotherapeut in het gezondheidscentrum.
      "We willen bezoekers laten zien hoe kwetsbaar het waddengebied is", zegt Venema. "Met vervuiling, gaswinning en druk op de natuur is er veel werk te doen. In het nieuwe centrum kunnen we dat verhaal beter vertellen."[5]
  4. (politiek) het midden van het politieke spectrum
    • Het CDA is in Nederland een partij in het centrum.
      Alle gewone rechtse partijen, en zelfs het centrum, waren antisemitisch, dus die stellingname kon niemand meer voor zichzelf uitbuiten.[6]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "centrum" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. centrum op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 6 oktober 2024 Weblink bron
    Aletta André
    “Worstelprotest werpt licht op seksueel misbruik in de Indiase sportwereld” (dinsdag 23 mei 2023, 20:45), NOS
  4. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  5. Bronlink geraadpleegd op 20 april 2025 Weblink bron “Pieterburen is echt (bijna) leeg na vrijlating Ollie en Brandy” (20 april 2025), NOS

  6. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Slowaaks

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

centrum o

  1. centrum; binnenstad
  2. centrum; plaats waar bepaalde activiteiten geconcentreerd zijn
Antoniemen
  1. periféria
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
centrácia v centrála v centralizmus m centralizovať centrálne (bw.) centrálnosť v centrálny centrovať

Meer informatie

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

centrum o

  1. centrum; binnenstad
    «Penzion se nachází 7 minut chůze od historického centra města.»
    Het pension bevindt zich op zeven minuten lopen van het historische stadscentrum.
  2. centrum; plaats waar bepaalde activiteiten geconcentreerd zijn
    «Nákupní centrum se nachází v nejatraktivnější části města.»
    Het winkelcentrum bevindt zich in het attractiefste deel van de stad.
Verbuiging

| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | centrum | centra | | genitief | centra | center | | datief | centru | centrům | | accusatief | centrum | centra | | vocatief | centrum | centra | | locatief | centru | centrech | | instrumentalis | centrem | centry |

Synoniemen
  1. střed monbezield, jádro o
  2. středisko o
Antoniemen
  1. okraj monbezield, periferie v
Afgeleide begrippen
call-centrum o copycentrum o epicentrum o fitcentrum o fitnesscentrum o fitness-centrum o hypocentrum o metacentrum o ortocentrum o traumacentrum o
Typische woordcombinaties
call centrum o centrum města o – stads_centrum_ centrum moci o – machts_centrum_ copy centrum o fitness centrum o lyžařské centrum o – ski_centrum_ nákupní centrum o nervové centrum o – zenuw_centrum_ shopping centrum o výpočetní centrum o – reken_centrum_ vzdělávací centrum o – onderwijs_centrum_ zdravotní centrum o
Verwante begrippen
antropocentrický antropocentrismus monbezield centr mbezield centr monbezield centrace v centrála v centralismus monbezield centralizace v centralizovat imperfectief / perfectief centrálně (bw.) centrální centrista mbezield centromera centrovat geocentrický geocentrismus monbezield heliocentrický

Verwijzingen

Meer informatie

Zweeds

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 4346
centrums enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief centrum centrumetcentret(centrum) centrumcentrercentra centrumencentrerna(centra)
genitief centrums centrumetscentrets(centrums) centrumscentrerscentras centrumenscentrernas(centras)

Zelfstandig naamwoord

centrum, o

  1. centrum, centrum van de stad, middelpunt
    «Det är inte ofta nya affärslokaler invigs i centrum
    Het gebeurt niet vaak dat nieuwe winkels worden geopend in het centrum van de stad.
Afgeleide begrippen
affärscentrum andningscentrum epicentrum hörselcentrum kulturcentrum köpcentrum lärcentrum nervcentrum oroscentrum shoppingcentrum språkcentrum syncentrum talcentrum
Verwante begrippen