chapeau - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Tussenwerpsel

chapeau

  1. een uitroep van bewondering voor een knappe prestatie
    • Chapeau! Dat heb je erg goed gedaan!
enkelvoud meervoud
naamwoord chapeau chapeaus
verkleinwoord chapeautje chapeautjes

Zelfstandig naamwoord

de chapeau m

  1. (kaartspel) een pokerspel met dobbelstenen
  2. (letterkunde) een kleine kop boven de eigenlijke kop van een artikel, eventueel cursief gedrukt

Gangbaarheid

Frans

Meer informatie

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

chapeau m

  1. (hoofddeksel) hoed
  2. (metonymisch) de rang, waardigheid belichaamd door het hoofddeksel
  3. (media) kop, lead, introductieregel of -alinea, bovenaan een hoofdtekst (die de aandacht van de lezer moet trekken)
  4. (spreektaal) condoom, kapotje
    «Si tu veux faire l'amour, n’oublie pas de mettre un chapeau
    Als je wil vrijen, vergeet dan niet een condoom te gebruiken. [2]
Schrijfwijzen
Uitdrukkingen en gezegden

Tussenwerpsel

chapeau

  1. (spreektaal) petje af! [2]
Verwante begrippen

Verwijzingen

  1. chapeau (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994) op Wikipedia (fr) op de website cnrtl.fr op Wikipedia (fr).
  2. 1 2 Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 48