checken - WikiWoordenboek (original ) (raw )
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘controleren’ voor het eerst aangetroffen in 1950 [1]
Van het Engelse to check .
checken
overgankelijk controleren , nakijken
Check jij even of de post er al is? ▸ De zon was nog niet op en met mijn hoofdlamp checkte ik nog een laatste keer al mijn spullen om te zorgen dat ik niets zou vergeten. [2]
99 %
van de Nederlanders;
98 %
van de Vlamingen.[3]
↑ "checken" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen , 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org ; ISBN 90 204 2045 3
↑ Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be