cola - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord cola cola's
verkleinwoord colaatje colaatjes

Zelfstandig naamwoord

de cola m

  1. (bloemplanten) een geslacht Cola op Wikispecies dat bestaat uit meer dan honderd soorten bomen die voorkomen in tropisch en zuidelijk Afrika. Het enige bekende product is de kolanoot, die voornamelijk geleverd wordt door Cola acuminata
  2. (drinken) een uit kolanoten vervaardigde bruinkleurige drank met prik (frisdrank)
    • Je doet mij veel meer plezier met een colaatje dan met een wijntje.
      Het water liep me spontaan in de mond als ik dacht aan een vanille milkshake en cola met ijs.[3]
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. koolzuurhoudende frisdrank

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "cola" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. cola op website: Etymologiebank.nl

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Portugees

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

cola v

  1. lijm

Spaans

enkelvoud meervoud
cola colas

Zelfstandig naamwoord

cola m

  1. (zoötomie) staart
  2. wachtrij
  3. (drinken) cola

Werkwoord

vervoeging van
colar

cola

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van colar
  2. gebiedende wijs (bevestigend) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van colar