communicatie - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

communicatie

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord communicatie communicaties
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de communicatie v

  1. het uitwisselen van informatie waarbij zender, ontvanger, inhoud en communicatiemedium betrokken zijn
    Maar het kan zijn dat de Franse politie jou traceert naar aanleiding van je communicatie met Mikhail Mijakovié.[2]
    De communicatie tussen planten vindt ook plaats via chemische signalen, die door hun wortels of bladeren worden afgegeven.[3]
    • Dat team staat bekend om hun goede communicatie.
      Terwijl zijn gevoel hem iets anders influisterde, hield hij het op een misverstand in de communicatie.[4]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. het uitwisselen van informatie

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "communicatie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. “De Camino” (2021), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024582280

  3. Louw Feenstra V
    “Zintuigen” (2016), Amsterdam University Press op Wikipedia, ISBN 9789048529421
  4. All-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht op Wikipedia, ISBN 90-229-9182-2
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Categorieën: